Ons verblijf in Broome was erg aangenaam. Elke dag naar het strand met de auto. Het was toegestaan om met de auto het strand op te gaan. Erg handig dus. Het uitgaansleven in Broome beperkt zich tot een bar en een club. Eigenlijk was het best wel oke voor zo'n kleine gemeenschap. We hebben enkele vrienden gemaakt, Johnny, Lee en Barnie.
Op de 25ste zijn we weer verder gegaan, samen met Sebastiaan, een Duitser, die met ons meereed. Op advies van bovengenoemden, zijn we op weg gegaan naar Karijini National Park. Onderweg hebben we Sebastiaan in South Hedland gedropped, waar hij de bus naar Perth pakte.
Het park was werkelijk erg mooi. Daar we van de Kimberly's maar weinig konden zien, was dit stukken beter. Na de eerste nacht op een camping vlakbij de Dales Gorge, hebben we de Fortescue Falls bezocht. Deze bevond zich onderaan in een diepe gorge en eindigde in een pool met prachtig helder water, waar je gerust kon zwemmen, zonder bang te zijn voor krokodillen.
Na wat te hebben gezwommen en van rotsen gesprongen te zijn, zijn we door de gorge gaan wandelen. De Circular Pool was onze volgende bestemming. Hier was de waterval echter uitgedroogd. De pool was er nog wel. Op zich hadden we wel geluk, want in het regen seizoen is het niet eens mogelijk om door de gorge te wandelen, vanwege de hoeveelheid water dat er dan stroomt. Het was een hele klim. 'S avonds zijn we echter nog maar eens in de gorge naar beneden geklommen, want ons drinkwater was op. We hadden het idee om het water af te tappen dat uit de rotswanden naar beneden sijpelde. Dat bleek prima water te zijn en nog koel ook!
De volgende dag zijn we naar de andere camping gereden, die het park rijk was. Vlakbij de Hancock Gorge. Ook deze gorge hebben we bezocht. Dit keer leerden we hoe spectaculair een gorge werkelijk kan zijn. De Hancock gorge is een gorge voor ervaren klimmers, die niet bang zijn om nat te worden. Nou, nieuwsgierig als we waren, hebben we alle waarschuwingen maar genegeerd. Na 50 meter afdaling bleek dat je beter je spullen kon thuislaten, want de gorge stond vol water op sommige plekken en dat betekende dat je moest zwemmen als je verder wilde gaan. We lieten onze spullen dus achter en zijn gaan zwemmen. De tocht bestond uit zwemmen, klimmen, springen, zwemmen, klauteren, etc. Soms langs een waterval naar beneden klimmen. Het was erg spectaculair. Aan het einde waren we op de bodem van de gorge, zo'n honderd meter diep.
'S avonds heb ik nog even snel de Joffre Gorge en de Joffre Falls bezocht, terwijl de anderen aan het eten waren. Deze gorge was niet zo bijzonder, vergeleken met de Hancock gorge, maar nog steeds de moeite waard.
De volgende dag zijn we naar Mount Bruce gereden. Deze berg is 1235 meter hoog en biedt een prachtig uitzicht over het park en over de ijzermijn aan de andere kant van de berg. Het kostte ons een dikke twee uur om de berg te beklimmen, maar het was zeer de moeite waard. Na afloop zijn we naar Tom Price gereden, een mijnwerkers dorp dichtbij, om te overnachten.
Op het caravan park waar we overnachten, hielden ze jonge kangaroes, meestal afkomstig van roadkill, waarbij de moeder de dood vindt, maar de baby het overleeft in de buidel. Deze jongen worden grootgebracht op de camping. De eigenaar van de camping liet ons een 3 maanden oud jong zien, gewikkeld in een grote hoeveelheid dekens. Het jong was niet groter dan een jonge kat. Mario had de eer om met deze stoere kangaroe op de foto te mogen.
De dag daarop zijn we richtig Exmouth gereden. Onderweg zagen we koeien, heel veel kangaroes, kamelen(!), Emus, ganzen(!) en schapen. Bijna zonder bezine kwamen we aan in Exmouth en besloten we voor het eerst sinds lange tijd maar weer eens een hostel op te zoeken: Marine Beach Retreat.